Een eiblaasje (follikel) groeit vanaf de menstruatie tot aan de eisprong onder invloed van het hormoon FSH uit de hypofyse, en produceert in die groeiperiode oestrogenen. Deze 14 dagen durende, eerste helft van de cyclus noemen we follikelfase. Een flinke uitstoot van het hormoon LH vanuit de hypofyse (de LH-piek) zorgt halverwege de cyclus als het eitje rijp is, voor de eisprong. De plek in de eierstok waaruit het eitje is gesprongen vormt het gele lichaam (corpus luteum). Dit orgaantje produceert naast oestrogenen vooral progesteron. De periode tussen eisprong en menstruatie duurt ook 14 dagen. Dit is de tweede helft van de cyclus en noemen we luteale fase. Is het eitje bevrucht dan zorgt het corpus luteum gedurende 12 weken voor voldoende oestrogeen en vooral progesteron (“pro-gestere” betekent “voor de zwangerschap”).
Het baarmoederslijmvlies reageert op de hormonen die in de eierstokken worden geproduceerd. Oestrogenen laten het slijmvlies groeien, prolifereren. De eerste helft van de cyclus heet daarom, als we naar het baarmoederslijmvlies kijken, proliferatiefase. De tweede helft van de cyclus heet als we naar het baarmoederslijmvlies kijken: secretiefase, omdat het slijmvlies dan slijm produceert onder invloed van progesteron.